De kosten voor een inspectie bedragen € 250,00 per gastoestel met beeld en video verslag en rapport.
Appartementencomplexen en VvE kunnen een aangepast tarief ontvangen (aanvraag kan onderaan deze pagina).
Rookgaskanalen kunnen problemen hebben die je niet ziet van buiten:
haarscheuren of corrosie,
vervormingen,
dichtslibbing,
verkeerde aansluitingen,
thermische schade,
fouten bij renovatie of vervanging.
Een collectief (of gemeenschappelijk) rookgaskanaal wordt door meerdere woningen gedeeld, bijvoorbeeld bij oudere appartementencomplexen met open verbrandingstoestellen of CLV-systemen (Combinatie Luchttoevoer en rookgasafvoer).
Bij een individueel rookgaskanaal is dat NIET zo — elk kanaal staat op zichzelf.
Een individueel rookgaskanaal = een rookgasafvoer die alleen bij één woning hoort en niet gedeeld wordt.
Een onafhankelijke inspectie van rookgaskanalen door een ervaren technisch specialist heeft extra grote waarde omdat rookgaskanalen direct te maken hebben met veiligheid, gezondheid en brand- en vergiftigingsrisico’s. Hieronder de belangrijkste voordelen:
Voor werkzaamheden aan gasgestookte installaties is een CO-certificering verplicht. Deze verplichting geldt echter niet voor rookgaskanaalinspecties. Er bestaat namelijk geen afzonderlijk CO-certificaat dat specifiek bedoeld is voor het uitvoeren van inspecties aan rookgaskanalen.
Tijdens een rookgaskanaalinspectie worden geen werkzaamheden aan de cv-ketel verricht. De controle richt zich volledig op het rookgaskanaal en de bijbehorende bouwkundige onderdelen. Dit vereist specifieke expertise die verder gaat dan de kennis die een installatiebedrijf doorgaans heeft.
Daarom wordt de inspectie uitgevoerd door een gespecialiseerde deskundige, zodat u verzekerd bent van een onafhankelijke, deskundige en veilige beoordeling van het volledige rookgassysteem.
De wettelijke verplichting voor CO-certificering (cf. Gasketelwet / Bouwbesluit / regeling voor gasverbrandingsinstallaties) geldt voor bepaalde “werkzaamheden”: het installeren, repareren, onderhouden of in bedrijf stellen van gasverbrandingstoestellen én de bijbehorende voorzieningen voor verbrandingsluchttoevoer en rookgasafvoer. Informatiepunt Leefomgeving
De beoordeling- / certificatieschema’s voor CO-certificering — zoals BRL K25000 door Kiwa — zijn precies opgezet om die werkzaamheden te reguleren. Kiwa
In de beschrijving van de scope van BRL K25000 staat expliciet dat het certificaat betrekking heeft op “gebouwgebonden gasverbrandingstoestellen” en “de bijbehorende voorzieningen voor... rookgasafvoer” — maar dan in samenhang met werkzaamheden als “installatie, reparatie, onderhoud of inbedrijfstelling”. Kiwa+1
In de toelichting van de schema’s staat dat “controlewerkzaamheden” of “beperkte werkzaamheden” enkel ten aanzien van geautoriseerde werkzaamheden kunnen vallen; en er is in de formele opsomming geen expliciete categorie die “alleen inspectie, zonder reparatie / onderhoud / inbedrijfstelling” noemt als zelfstandige activiteit.
In een discussie binnen de BRL-toepassing wordt vermeld dat “het controleren (beperkte werkzaamheden) van collectieve rookgasafvoer- en verbrandingsluchttoevoor- voorzieningen … géén deel uitmaakt van de reikwijdte van het certificatieschema” — wat suggereert dat louter inspectie van rookgas/CLV zonder onderhoud/aanpassing / inbedrijfstelling buiten certificatie valt.
Officiële overzichten en regelingen (zoals de Gasketelwet / Bouwbesluit) vermelden dat het verbod zonder certificaat geldt voor werkzaamheden zoals installeren, repareren, onderhouden of inbedrijfstellen — niet voor het uitvoeren van een visuele inspectie of controle per se. Informatiepunt Leefomgeving
Er is geen wettelijk vastgelegde certificeringsregeling waaruit blijkt dat een CO-certificaat bedoeld is – of vereist is – voor uitvoerige inspecties zonder onderhoud, reparatie of inbedrijfstelling van rookgaskanalen. De regelgeving en certificatieschema’s zijn expliciet gericht op het uitvoeren van werkzaamheden: aanbrengen, repareren, onderhouden of inbedrijfstellen van gasinstallaties en bijbehorende luchttoevoer/afvoer.
Dat wil zeggen dat een partij die alleen inspecteert - dus visuele controle of controle van rookgasafvoer/rookgaskanaal zonder reparatie of andere werkzaamheden — formeel niet onder de reguliere CO-certificering valt.
Een onafhankelijke specialist heeft geen commercieel belang bij reparaties of het vervangen van onderdelen.
Daardoor krijg je een objectieve beoordeling, gericht op veiligheid en naleving van normen, niet op verkoop.
Rookgasinstallaties moeten voldoen aan diverse normen (zoals NEN 2757, NEN 7203, installatievoorschriften van ketelfabrikanten, en
brandveiligheidsregels).
Een expert beoordeelt of:
de installatie wettelijk veilig is,
er risico’s zijn voor CO-verspreiding via de schacht,
de installatie geschikt is voor het type ketel.
Dit voorkomt aansprakelijkheidsproblemen voor VvE’s of eigenaren.
Een klein rookgaslek kan snel leiden tot:
brandschade,
vocht- en condensproblemen,
corrosie van het kanaal,
storing of uitval van ketels.
Vroege ontdekking voorkomt hoge herstelkosten.
Een specialist maakt een helder rapport met:
foto’s,
risicoanalyse,
concrete aanbevelingen.
Dit is zeer waardevol bij:
geschillen met aannemers,
verzekeringsclaims,
besluitvorming binnen een VvE,
vervangings- of renovatieplannen.
Een onafhankelijke inspectie geeft het vertrouwen dat het rookgaskanaal echt veilig is — niet alleen “volgens de installateur”.
Woningen in een appartementencomplex zijn vaak voorzien van een collectieve rookafvoer waar per woning de combiketel op is aangesloten. Deze rookgasafvoersystemen hebben een theoretische levensduur en zijn aan slijtage onderhevig. Vandaar dat het nodig is om een (camera)inspectie uit te laten voeren naar de toestand en de werking van het rookgasafvoersysteem.
Als de verbrandingsgassen onvoldoende worden afgevoerd of elders in het gebouw terecht komen, kan dit leiden tot koolmonoxidevergiftiging. Koolmonoxide is een reukloos, smaakloos en giftig gas dat kan leiden tot bewusteloosheid, coma, blijvende hersenschade en zelfs overlijden.
Aansluitingen in de woning kunnen door ondeuglijk beugelen losschieten, metalen rookgasafvoerbuizen kunnen corroderen en vervanging van de VR-combiketel door een HR-combiketel kan verstoringen veroorzaken in het collectieve rookgaskanaal. Verder is het van belang dat de bodemsecties van de collectieve rookgaskanalen schoon en droog zijn.
In een appartementencomplex ligt de verantwoordelijkheid voor rookgaskanalen meestal als volgt vast:
Als de rookgaskanalen gemeenschappelijk zijn (bijvoorbeeld één kanaal dat door meerdere appartementen loopt), dan vallen ze in vrijwel alle gevallen
onder het gemeenschappelijk eigendom.
De VvE (Vereniging van Eigenaars) is dan verantwoordelijk voor beheer, onderhoud, inspectie en eventuele renovaties.
Als een appartement een eigen rookgasafvoer heeft die niet door andere appartementen loopt, kan het tot het privé-eigendom behoren.
Dan is de eigenaar van het appartement verantwoordelijk voor onderhoud en veilige werking.
Volgens o.a. het Bouwbesluit en de NEN-normen (zoals NEN 2757) moet een rookgasafvoersysteem veilig zijn en periodiek gecontroleerd
worden.
Bij collectieve systemen moet de VvE zorgen dat aan de eisen wordt voldaan.
De splitsingsakte en het splitsingsreglement bepalen formeel of een rookgaskanaal gemeenschappelijk of privé is.
Door de nieuwe NPR 3378-48:2025 krijgen VvE’s meer tijd om collectieve rookgasafvoersystemen (CLV-systemen) te renoveren.
Hier leg ik uit wat dat precies betekent, wat de voorwaarden zijn en welke impact dit kan hebben:
Verlengde “tijdelijk doorgebruik”
Beheersmaatregelen verplicht
Om in aanmerking te komen voor dat langere doorgebruik moet de VvE binnen 1 jaar na de eerste ketelvervanging maatregelen nemen, zoals:
Focus op gestapelde bouw / CLV-systemen
De richtlijn is met name gericht op rookgassystemen in appartementencomplexen (gestapelde bouw).
Veiligheidsmonitoring
Door het “tijdelijk” doorgebruik met beheersmaatregelen blijft de veiligheid gehandhaafd: je houdt zicht op mogelijke achteruitgang van het
systeem.
VvE’s hoeven niet metéén alle rookgaskanalen te slopen of te renoveren. De extra 5 jaar geeft ademruimte, vooral financieel.
Het verlaagt de druk: VvE’s kunnen een gespreid vervangingsplan maken, in plaats van in één keer een grote investering.
Tegelijkertijd verbetert het de veiligheid doordat er verplicht monitorgedrag is en CO-veiligheid niet alleen op lange termijn wordt negeerd.
Het maakt het makkelijker voor installateurs om tijdens die tijdelijke periode onderhoud te blijven doen aan individuele cv-toestellen, mits de beheersmaatregelen zijn getroffen.
Ja, de nieuwe NPR 3378-48:2025 geeft VvE’s extra tijd (tot 5 jaar) om collectieve rookgasafvoersystemen veilig te renoveren, onder voorwaarde dat er een plan is, beheersmaatregelen worden genomen en de toestand van het systeem actief wordt gemonitord.
